Boekbespreking Het verwenste kind door Prof. Dr. René A.C. Hoksbergen (Emeritus hoogleraar adoptie)

Noot vooraf,
Onderstaande boekbespreking van Het verwenste kind schreef Prof. Dr. René Hoksbergen voor LAVAContact, tijdschrift voor LAVA_Goed thuis in adoptie, landelijke organisatie voor adoptieouders. Om hen moverende redenen koos de hoofdredactie van dit tijdschrift ervoor hier essentiele tekstdelen uit te verwijderen en/of aan te passen. Ik heb de uitdrukkelijke toestemming van René Hoksbergen om zijn oorspronkelijke bespreking voor publicatie te gebruiken. Hier nu volgt deze volledige boekbespreking.

Bij het hoofdthema van dit boek haal ik, als de nogal kritische beschouwer van veel wat met het afstaan van een kind en adoptie te maken heeft, opgelucht adem. Want het werd tijd dat er eens een autobiografisch verhaal verscheen van een geadopteerde die zowel voor haar biologische moeder ongewenst is – ze werd meteen na de geboorte afgestaan -, als voor haar adoptiemoeder (verder moeder). Het eerste komt veel vaker voor, hoe vaak weten we echter niet. Het tweede komt ook voor, waarschijnlijk minder vaak. Laten we echter bedenken dat het gewoon niet kan klikken tussen adoptiemoeder en kind en dat dit ‘niet klikken’ zover kan gaan, dat het kind zich ongewenst voelt. En laten we ons ook realiseren dat ouders nu eenmaal vaak een kind willen vormen en in een bepaalde richting gaan ‘duwen’. Voor adoptieouders is dit extra moeilijk, want genetisch gezien heeft het door hen te vormen kind met hen geen enkele gelijkenis. Is het dus maar afwachten hoe hij of zij is.

De op 12 september 1968 geboren Petronella Johannes Maria, roepnaam Ellie wordt negen maanden na haar geboorte opgenomen in het gezin Bruns, als Babet Maria Christina. Zij hebben dan al Paul van twee en een half geadopteerd. Na Babet komt vier jaar later Charlotte die een jaar jonger is dan Babet. Met Charlotte zal ze altijd goed contact hebben, met Paul niet erg.

Meteen in het begin van het boek volgt al een forse stellingname. Ze vergelijkt reacties van geadopteerde met een biologisch eigen kind, als in de media de vraag wordt gesteld, of ze vinden dat ze het goed hebben getroffen. Geadopteerde zal dan volgens Babet concluderen dat ze zeker niet zoveel materiële rijkdom en onderwijskansen bij de biologische familie gehad zouden hebben. Zou echter een biologisch eigen kind dezelfde nadruk leggen op de materiële mogelijkheden, vraag Babet zich af. Het gaat toch om liefde, hechting, wederzijds respect?

Vanaf haar 14e jaar trekt Babet zich steeds meer in zichzelf terug. Haar moeder heeft haar dan al verschillende keren heftig afgewezen, in de steek gelaten. Juist op momenten dat Babet haar aandacht zo hard nodig had. Met haar vader heeft ze aanvankelijk veel beter contact. Maar als de strijd tussen Babet en haar moeder werkelijk losbarst, meent hij voor zijn vrouw te moeten kiezen.

Door het boek heen bespreekt ze hoofdthema’s waar kinderen en zeker adoptiekinderen mee te maken krijgen. Bijvoorbeeld het begrip identiteit of: wie wil je dat ik ben? Terwijl Babet juist iemand is met een expliciete persoonlijkheid en een sterke eigen wil. Terwijl haar moeder kennelijk Babet’s identeit, de persoon die ze is, niet volledig accepteert. Voor moeder dus opgaat: “wie wil je dat ik ben?”.

Het is niet verwonderlijk dat ze op haar 17e wegloopt. Toch blijft ze contact zoeken, vooral met haar moeder, wanhopig lijkt het wel. Op haar 29e breekt ze definitief met haar ouders. Natuurlijk heeft ze suïcidale gedachten. Heeft ze vrijwel letterlijk gevochten met haar moeder. Valt het echter ook op hoe lang ze wanhopig gezocht heeft naar de liefde en erkenning van deze zelfde moeder. Het zich steeds maar weer afgewezen voelen, gevoelens van eenzaamheid, en de onzekerheid over zichzelf, zijn hoofdthema’s in Babet’s ontwikkeling. Zoals dit bij veel geadopteerden hoofdthema’s zijn.
Aan het eind van het boek krijg je toch hoop voor Babet. Ze blijkt vriendschapsrelaties aan te kunnen gaan en in het beroepsleven geniet ze als natuurgeneeskundig therapeut steeds meer bekendheid. Regelmatig geeft zij lezingen waarbij discussie centraal staat.

Het boek van Babet Bruns is boeiend, spannend bijna en zal niet alleen voor mij herkenbaar zijn. Het is uitstekend geschreven. De opbouw en structuur maken het boek erg geschikt voor discussies.

Dit boek is voor het adoptieveld en zeker voor hulpverleners een grote aanwinst.

Prof. Dr. René A.C. Hoksbergen,
Soest, 29 september 2016

Klik op de link voor de bespreking zoals gepubliceerd door de hoofdredactie van LAVA_Goed thuis in adoptie. http://www.adoptie.org/category/boekrecensies/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s